28-01-2010
De Successiewet gewijzigd op 1 januari 2010
De Successiewet is op 1 januari 2010 gewijzigd. Wat zijn daarvan
voor u de belangrijkste gevolgen?
Geen geheel nieuwe wet
In april 2008 heeft staatssecretaris De Jager zijn plannen bekend
gemaakt om de Successiewet helemaal te herzien en een geheel nieuwe
wet te ontwerpen die “Wet schenk- en erfbelasting” zou gaan heten.
De basisprincipes van de Successiewet zouden worden omgevormd. Er
zou niet meer worden uitgegaan van een juridische benadering maar
van een economische benadering. Toen in het voorjaar van 2009 de
eerste wettekst van de gewijzigde wet verscheen, bleek dat de
wijziging niet zo ingrijpend zou zijn als in eerste instantie was
aangekondigd. Het juridische uitgangspunt, dat vaak voortvloeit uit
het Burgerlijk Wetboek, is gehandhaafd en ook de naam van de wet is
bij het oude gebleven, namelijk: “Successiewet 1956”. Toch zijn er
uiteindelijk op een aantal punten forse wijzigingen doorgevoerd.
Nieuwe terminologie
De gewijzigde Successiewet geeft nog steeds een regeling voor de
belasting die over verkrijgingen krachtens erfrecht en over
schenkingen betaald moet worden. Van oudsher kennen we hiervoor de
begrippen “successierecht” en “schenkingsrecht”. Vanaf 1 januari
2010 moeten we daarvoor nieuwe begrippen gebruiken, te weten:
“erfbelasting” respectievelijk “schenkbelasting”. Voor 1 januari
2010 werd op basis van de Successiewet ook nog een derde soort
belasting geheven bij niet-inwoners van Nederland over in Nederland
gelegen onroerende zaken. Deze belasting was bekend onder de naam
“recht van overgang”. Dit recht van overgang is op 1 januari 2010
afgeschaft.
Vereenvoudiging
In plaats van 28 verschillende tarieven kent de Successiewet per 1
januari 2010 nog maar 6 tarieven. De wetgeving van vóór 2010 ging
bij heffing tussen ouders en kinderen uit van de volgende oplopende
percentages: 5%, 8%, 12%, 15%, 19%, 23% en maximaal 27%. Het gaat
om een heffing in schijven. In de gewijzigde wet wordt tussen een
ouder en een kind erfbelasting en schenkbelasting geheven tegen een
tarief van 10% (tot € 118.000,-) of 20%.
Tariefgroepen
Met ingang van 1 januari 2010 kent de Successiewet nog drie
tariefgroepen.
In de eerste tariefgroep (voor partners en kinderen) wordt geheven
tegen 10% en 20%. In de tweede tariefgroep (voor kleinkinderen en
achterkleinkinderen) wordt geheven tegen 18% en 36%. Alle overige
verkrijgers (ouders, broers en zussen, verdere familie en
niet-verwanten) vallen in de derde tariefgroep, waarin wordt
geheven tegen 30% en 40%. In de “oude” Successiewet werd in het
meest ongunstige geval geheven tegen percentages oplopend van 41%
tot zelfs 68%. Deze exorbitant hoge tarieven zijn per 1 januari
2010 vervallen.
Vrijgestelde bedragen
In de wetgeving vóór 2010 was sprake van drempelvrijstellingen. Als
men een bedrag verkreeg dat ook maar € 1,- boven het vrijgestelde
bedrag uitkwam, dan verviel de gehele vrijstelling. In de
vernieuwde wet kunnen vrijstellingen nooit vervallen. Ook dat is
een vereenvoudiging.
Verbeteringen
De hierboven geschetste vereenvoudigingen hebben de Successiewet
een stuk overzichtelijker gemaakt. Ook het afschaffen van de
allerhoogste tarieven kan zeker als een verbetering worden gezien.
Op andere punten is de gewijzigde Successiewet echter niet
vereenvoudigd, maar zelfs ingewikkelder geworden.
> Stuur dit bericht door
> Alle publicaties