16-12-2009
Loonheffingen bij werknemers die in meerdere landen werken
De Hoge Raad heeft op 4 december 2009 een arrest gewezen over de
berekening van loonheffing in internationale situaties.
Wat was er aan de hand?
Bij een werkgever werkte een werknemer die werd uitgezonden vanuit
Amerika. De werknemer heeft in een bepaalde periode 55 dagen in
Nederland gewerkt. In totaal heeft hij in die periode 97 dagen
gewerkt. Met de werknemer was een nettoloon overeengekomen. De
werkgever had het loon en de loonheffingen als volgt berekend. Het
totale nettoloon maal 55/97. Vervolgens had de werkgever de
uitkomst gebruteerd.
De Belastingdienst was het hier niet mee eens en berekende de
loonheffingen als volgt. Het totale nettoloon werd eerst
gebruteerd, vervolgens werd loonheffing berekend over 55/97 van het
brutoloon. De Hoge Raad gaf belanghebbende gelijk
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor de praktijk kan dit arrest een aanzienlijke besparing van
loonheffing betekenen. Het volgende voorbeeld laat dit zien:
Een werknemer heeft een totaal nettoloon van € 2.000. Hij werkt
50% in Nederland. Zijn Nederlandse nettoloon is dan € 1.000. Het
Nederlandse brutoloon is dan € 1.160,41. De in te houden
loonheffing bedraagt € 160,41.
Als de methode van de Belastingdienst toegepast moet worden,
moet eerst een bedrag van € 2.000 gebruteerd worden. Dit leidt tot
een brutoloon van € 2.858,33. Het Nederlandse brutoloon is dan 50%
hiervan: € 1.429,16, de loonheffing € 221,41.
Het arrest betekent in dit voorbeeld een besparing van circa €
60,00 per maand per werknemer!
Conclusie
Met dit arrest is een einde gekomen
aan een lange discussie met de Belastingdienst. Heeft u werknemers
waar dit speelt, controleert u dan of de juiste methode wordt
toegepast. U kunt mogelijk geld besparen.
> Stuur dit bericht door
> Alle publicaties